Nieuws

Moeder en kind

Hechten, hoe werkt dat?

 

Wanneer je als klein kind geboren wordt, of zelfs wanneer je ontstaat in de buik van je moeder; is er en ontstaat er een band.

Deze band tussen jou en je moeder heeft heel veel invloed op jouw manier van kijken naar jezelf en de wereld om je heen. In de baarmoeder wordt jouw zenuwstelsel aangelegd en na de geboorte ontwikkelt jouw brein zich. Stel je voor dat je plekje in de baarmoeder niet veilig is, omdat je regelmatig ruzie hoort en de angstgevoelens van je moeder aan den lijve ervaart. Wat zal jouw zenuwstelsel al op scherp moeten staan en daarbij de verbindingen in je brein met betrekking tot angst vaak geactiveerd worden. Wat zal dat zwaar moeten zijn voor zo'n klein kindje; je kunt er immers niet aan ontsnappen? Bij een klein kindje wat geboren wordt is de rechter hersenhelft dominant aanwezig. Dat betekent dat een baby veel intuïtief en lijfelijk ervaart. Het kan geen woorden geven aan de ervaringen en ook de juiste betekenis er niet aan geven. Stel je voor dat je als baby een hele zware geboorte moet ondergaan, of dagenlang in alleen in een couveuse of op een afdeling moet liggen, zonder je moeder constant in je nabijheid; wat zal dat angstig zijn! 

Een baby zal alles doen om vastgehouden te worden; om lijfelijk te kunnen ervaren dat het veilig is, dat er iemand is. Wanneer er niet iemand dichtbij kan zijn, is dit heel eng voor een baby. Een baby verlangt naar veiligheid, aandacht en liefde. Het verlangt naar een vader en moeder die aanvoelen wat de baby ervaart en geven wat de baby nodig heeft op een passende manier. In sommige gevallen lukt dit niet en is dit niet mogelijk en lukt het niet om als kind veilig te hechten aan de ouders. Wanneer een kind de éne keer wel liefdevol begrip krijgt als het verdrietig, angstig of boos is en de andere keer niet, is dit niet veilig voor een kind. Een kind zal op den duur de nabijheid van de ouders graag willen, maar ook afstoten. Of een kindje reikt steeds uit naar aandacht en liefde, maar ontvangt regelmatig niets, dan zal het kindje de aandacht van de ouders afwijzen; het maakt geen oogcontact meer en verstijft als het ware in de armen van de ouders.

Dit heeft invloed op de manier waarop je als kind naar jezelf kijkt, naar de ander en naar de wereld. Zijn mensen wel te vertrouwen? Durf ik mijn gevoelens te delen en troost en hulp te vragen? De patronen die je als kind onbewust hebt gevormd, zie je ook terug in je de manier waarop jij met relaties omgaat in het hier en nu. Het is goed om hier bewust van te zijn om opnieuw te kunnen kiezen hoe jij je relaties vorm wilt geven.

Misschien herken jij jezelf in dit stukje of herken je gedeelten ervan en spreekt het je aan. Misschien ervaar jij op dit moment problemen in je relaties of in de relatie met je kind. 

Voel je dan welkom om langs te komen, misschien kunnen we dan samen eens gaan kijken wat voor jou of voor jou en je kind helpend is.

Terug